De pruikenmaker van Brugge

In Brugge woonde ooit een pruikenmaker die met veel leerjongens werkte. Op een achternoen kwam een heer in de winkel en vroeg de meester of hij hem voor 's anderendaags niet een pruik kon maken.
"Neen mijnheer, dat is volstrekt onmogelijk", zei de baas.
"Hm, hm" bromde de heer, "dat is mij zeer onaangenaam; ik moet op een begrafenis zijn en ik had toch graag een nieuwe pruik gehad, ik betaal ze U dubbel."
"Ik zou u zeer dankbaar zijn," antwoordde de baas, "maar het is maar dat ik ze niet gemaakt kan krijgen."
Een van de gasten hoorde dat, hij sprong van zijn stoel op en zei:" Meester, ik zal er één maken, wees gerust en neem het maar aan."
Toen begon zijn baas luidkeels te lachen en riep: "Wel dan verstaat gij het beter dan ooit iemand van ons ambacht het verstaan heeft. Kom, kom, zet u maar neer op uw stoeltje en ga voort met uw werk.

"Och meester" zei de heer, "laat hem doen, ik betaal u de pruik dubbel en ik geef hem nog een kroon als drinkgeld."
"In Gods naam," lachte de meester, "dat zal schoon werk geven."
Als de heer weg was, vroeg de leerjongen alles wat hij vandoen had en ook een kamertje waar hij aléén kon werken. De meester stond hem alles toe en de leerjongen vertrok. Het werd laat op de avond en de knecht kwam noch eten noch drinken.
"Men hoort hem gelijk niet meer," zei de meesteres, "ik moet toch eens gaan kijken wat hij uitricht."

Daarmee ging zij naar boven, heel stillekens en keek eens door het sleutelgat van het kamertje waar de gast zat. Maar doodsbleek deinsde ze achteruit en vloog de trappen af.
"Wat is er? Wat is er? " vroeg de meester, maar ze kon niets over haar lippen krijgen dan: "Och God, ga zelf kijken en zie zelf."
De meester ging, hij kwam evenzo vlug terug en zonk gelijk dood op een stoel.
"Wat is er meester ?" vroegen de andere leerjongens en de meid.
"Laat mij met rust en kijk zelf." Zuchtte hij.
De andere leerjongens liepen naar boven, keken en keerden allen half onmachtig weer.
"Nu, wat is het dan ?" vroeg de meid.
"Och," zei er een van hen, "hij ligt en slaapt gerust en honderdduizend kleine mannekens zijn er met de pruik bezig. De duivel is in het spel."
's Anderendaags kwam onze leerjongen beneden met de schoonste pruik die ooit op een mensenhoofd is te zien geweest. Hij liep rechtstreeks naar de heer toe die er buitenmate tevreden over was, en ontving zijn betaling en zijn kroon drinkgeld. Als hij naar huis terugkeerde, riep de meester hem alleen en haalde het boek en zei:" Vriendje, gij zijt nu zes maanden bij mij, zoveel was ons akkoord, zoveel hebt gij van uw loon ontvangen, daar is de rest en maak u nu algauw mijn deur uit, want ik wil geen duivelskunstenaar bij mij in huis hebben."
"Goed, meester", antwoordde de jongen en ging door met "ge zult nog aan mij denken."
De heer had intussen zijn pruik opgezet en was ermee in de kerk gegaan, hij nam daar wijwater en sprenkelde dit op zijn voorhoofd, maar och God, op hetzelfde ogenblik viel de pruik in honderd miljoen haarkens uiteen en hij stond daar met zijn kale kop en hij werd er nog goed uitgelachen ook.
Dat voorval werd algauw in de stad bekend en geen mens wilde nog een pruik van die meester hebben, die daardoor zo arm werd als Job op zijn mesthoop. Hij liet zijn jongens overal zoeken om de leerjongen vergiffenis te vragen en hem opnieuw in dienst te nemen, maar die vent was voorgoed verdwenen.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License