De wandelende jood in 't Brugsche

Het is wijd en zijd bekend: toen Onze Heer met zijn kruis op weg was naar Golgotha, stond een wandelende jood te kijken in zijn deurgat. Ons Heer vroeg: "Mag ik eventjes mijn kruis neerzetten en wat rusten?"
"Nee!" antwoordde de wandelende jood.
Daarop zei Onze Heer: "Ik zal rusten maar jij zult gaan zolang de wereld bestaat."
Sindsdien is de wandelende jood blijven rondtrekken over de wereld. Zonder ook maar meer dan één enkele nacht ergens te slapen. Hij heeft gevochten in alle oorlogen, maar de dood wilde hem niet. Hij heeft gepoogd zich op te hangen, te verbranden, te verdrinken. Maar hij kon niet sterven. Hij moest alleen maar zwerven, de wereld rond. Eenmaal de wereld rond duurt honderd jaar.

Arie van het Hof van Daeninck, bij Oosterkerke, trok elke zaterdag met boter en eieren naar de Brugsche markt. De meid vergezelde hem en ze namen telkens de boot 'Van Maerlant' en voeren tot bij de Dampoort. Op een zekere zaterdag stapte in Brugge de wandelende jood aan boord, om mee te varen naar Sluis. Hij betaalde wat er te betalen viel want hij is altijd even rijk of even arm, het hangt ervan af hoe je het bekijkt. Als hij geld nodig heeft, steekt hij zijn hand in zijn rechterzak. Maar hij kan er alleen maar net genoeg geld uithalen voor wat onmiddelijk dient betaald, te worden, meer niet. Op de boot werd regelmatig gekaart en de wandelende jood kaartte mee met met Arie van het hof van Daeninck en nog twee anderen. Het was daar dat hij hun vertelde over zijn eindeloze tocht. Hij verloor met de kaarten, want hij kon niet winnen. Hij betaalde, hij had zijn hand maar in zijn rechterzak te steken. Hij lacht nooit, hij kan alleen maar diep zuchten.

Want het einde van de wereld is nog niet in 't zicht…

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License