Gezelles Gedichten
Guidogezelle.jpg

HEETE POOTJES
Een schalkaard had een bie gevaân
en hield ze bij heur vleren:
'Komt hier! - hij zag een jongske staan!
Komt hier mijn knappe kerel!
Hier heb ik zulk een schoon fatsoen (=model)
van beestje, ik wil 't u geven:
past op maar van 't niet dood te doen,
en laat het beestje leven.
Kom aan; jen hand; doet toe, 't vliegt weg:
doet toe, want 't gaat ontsnappen!'
't Kind hield zijn handje toe: 'Nie' waar,
hoe schoon dat is, hoe lieflijk!'
Ha! 't kindtje wierd te laat gewaar
hoe schoon en hoe bedrieglijk.
Hij liet het beestje los, en 't loeg
de traantjes uit zijn oogskes,
en zei 't: 'Het beestje is schoon genoeg,
maar 't heeft zulke heete pootjes.'

December 1860
Uit: Liederen, Eerdichten en Reliqua

BONTE ABEELEN
Wit als watte, en teenegader
groen, is 't bonte abeelgeblader.

Wakker als een wekkerspel,
wikkelwakkelwaait het snel.

Groen vanboven is 't en, zonder
minke (=vlek), wit als melk, vanonder.

Onstandvastig volgt het, gansch,
't onstandvastig windgedans.

Wisselbeurtig, op en neder,
slaat het, als een' vogelveder.

Wit en grauw, zoo, dóór de lucht,
'bonte-abeelt' de duivenvlucht.

12 februari 1897
Uit: Rijmsnoer om en om het jaar

ALS DE ZIELE LUISTERT
Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teeken heeft:
blâren van de boomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stroomen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
't diep gedoken Woord zoo zoet..
als de ziele luistert!

1859
Uit: Driemaal XXXIII kleengedichtjes

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License