Het spookhuis

Dit is het verhaal van een ongelukkige liefde en haar gevolgen:
In de Spanjaardstraat staat een huis genaamd 'Den Noodt Gods', bij de Bruggelingen beter gekend onder de naam ''t Spookhuis'.
Lang geleden was dit huis een nonnenklooster en, volgens de overlevering was het mogelijk om het via een onderaardse gang vanuit het nabijgelegen Augustijnenklooster te bereiken. De poaters hadden deze gang echter niet nodig. Zij kwamen regelmatig in het nonnenklooster om er de Heilige Mis op te dragen en biecht te horen. Nu gebeurde het dat een pater verliefd werd op een jonge zuster. Door gebed en boete probeerde hij de strijd tegen de bekoring te overwinnen. Toen hij echter bij toeval het bestaan ontdekte van de geheime gang brak bij hem de laatste weerstand. Op een avond ging hij langs de onderaardse gang naar het nonnenklooster, op zoek naar zijn geliefde.
De jonge zuster, die reeds lang gemerkt had dat een poater moeilijk zijn ogen van haar kon afwenden, was diezelfde avond nog laat in de kapel achtergebleven om te bidden. Toen de volgende morgen de zusters zich verzameld hadden voor de H. Mis, werd haar verdwijning vastgesteld. Nooit werd nog een spoor van haar teruggevonden. Wel leek het of sindsdien het huis behekst was.

Enige tijd later verlieten de zusters dan ook het pand en vonden elders een onderdak. Dit was meteen het startsein voor een akelig verhaal dat op fluistertoon in de ganse stad de ronde deed. Op het late avonduur zou de ene dag een sneeuwwitte gedaante met prevelende lippen door het leegstaande gebouw dwalen; de andere dag zag men het silhouet van een poater met grimmig gezicht het gebouw rondlopen. Beiden schenen nooit gehinderd te worden door muren of gesloten deuren. Nooit werden ze samen gezien en steeds om middernacht verdwenen de gestalten.

Of het spokenverhaal er iets mee te maken had of niet, feit is dat het huis doorheen de jaren meer dan regelmatig leeg en verlaten stond en dit was op zijn beurt er de oorzaak van dat het verhaal van de spoken nooit uit de actualiteit verdween. In het jaar 1877, dit is niet het vervolg van de legende maar werkelijkheid, wordt het huis bewoond door de Engelse familie Unlacke. Zij vertellen aan vrienden en verwanten dat zij regelmatig met de spoken geconfronteerd worden.
Zou de legende dan toch geen legende zijn? Een zekere Eglinton, een in die tijd gekende en befaamde helderziende en medium, wordt door de familie Unlacke naar Brugge uitgenodigd om een onderzoek in te stellen.
Dit gebeurt in aanwezigheid van de schrijfster Florence Marryat die over deze gebeurtenis schrijft in haar boek: 'There is no death'.
Volgens Marryat heeft Eglinton gesproken, zowel met de schim van de poater als met die van de non. De poater vertelde hem dat hij de jonge zuster aantrof bij het verlaten van de kapel. Toen hij haar zijn liefde verklaarde was zij zo van streek dat zij wegvluchtte. In een vlaag van woede om zijn afwijzing, vermoordde hij haar en begroef het lijk. De laatste woorden die Eglinton nog van de poater vernam waren: "Bidt veel voor de ongelukkige die ik ben."
De schim van de zuster vertelde aan Eglinton, steeds nog volgens Marryat, hetzelfde verhaal. Zij smeekte op haar beurt te bidden voor haar moordenaar. Op de vraag van het medium wie haar moordenaar was geweest, wou ze alleen kwijt dat hij een Italiaan was, 31 jaar oud. Zelf heette ze Hortence Dupont en was 23 jaar toen ze vermoord werd.
Dit gebeurde in het jaar 1498.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License