Karel Aeneas de Croeser
Karel_Aeneas_de_Croeser.png

Karel-Aeneas-Jacobus (Charles-Enée-Jacques) de Croeser, geboren te Brugge op 14 juli 1746 en daar gestorven op 22 januari 1828, was burgemeester van Brugge, genealoog en dichter.

Karel-Aeneas de Croeser, heer van ten Berge1, was de zoon van Charles-Joseph de Croeser (1701-1775) en Marie-Charlotte Stochove (1724-1774), beiden uit families die al eeuwen in Brugge gevestigd waren, de eersten afkomstig uit Zeeland, de tweeden uit Gelderland. De Croeser huwde in 1777 met Anna de Carnin et Staden (1747-1803) en ze hadden vier kinderen.

De Croeser studeerde rechten in Leuven en behaalde het diploma van licentiaat. Hij begon aan een ambtelijke loopbaan in januari 1792 als schepen in de voorlaatste magistraat die door de Oostenrijkers werd aangesteld. Pas vanaf 1797 kwam hij weer tevoorschijn, als voorzitter van de departementale raad van het Leiedepartement. In 1802 werd hij voorzitter van de Algemene raad van dit departement. Hij werd een eerste maal tot burgemeester van Brugge benoemd in 1803 en bleef het tot in 1813. Hij werd toen opgevolgd door Jean-Jacques van Zuylen van Nyevelt, maar in 1817 werd hij opnieuw burgemeester en bleef het tot aan zijn ontslag in 1827. In 1819 bracht hij nieuw leven in de ingesluimerde Edele Confrérie van het Heilig Bloed.

De Croeser heeft voor de stad Brugge veel gedaan. Eén van de inspanningen die hij leverde was voor de ontwikkeling van het algemeen kerkhof, waar hij een mausoleum liet bouwen voor hoogwaardigheidsbekleders. Hij werd één van de eersten om er zijn laatste rustplaats te vinden.

In 1803 mocht hij Eerste Consul Bonaparte in Brugge verwelkomen en in 1810 keizer Napoleon en keizerin Marie-Louise. Als herinnering aan de eerste ontvangst liet hij door Joseph Odevaere een groot portret maken, dat in het stadhuis van Brugge hangt en waarop hij samen met de Consul prijkt. Een groot portret van de Croeser alleen, hangt er eveneens.

De Croeser had een woning in de Gouden-Handstraat in Brugge maar woonde een groot deel van het jaar op het kasteel Ten Berge. Hij bewaarde er een uitgebreide bibliotheek en archief, met inbegrip van de geschriften van historicus Nicolaas Despars en van het beroemde Gruuthuse-manuscript.

Naast dichter in het Latijn, was hij vooral de auteur van enkele uitgebreide genealogieën, die hij in eigen beheer publiceerde.

In 1775 kreeg jonkheer de Croeser van de Oostenrijkers de titel van baron. Op 7 oktober 1827 ontving hij, met overdracht op de oudste zoon, van Willem I de titel van burggraaf2.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License