Philippe Veranneman de Watervliet
Watervliet%2C_Belgium_%3B_Ferraris_map.jpg

Philippe Jean Ignace Veranneman de Watervliet, geboren te Brugge op 3 december 1787 en gestorven te Oostkamp op 9 maart 1844) was een politicus uit de Zuidelijke Nederlanden, lid van de Tweede Kamer, tijdens het Verenigd Koninkrijk en burgemeester van Brugge.

Jonkheer Veranneman stamde uit een notabele familie afkomstig uit Zeeland en bekend als heren van Watervliet1. De eerste geregistreerde adelbrieven van de familie dateerden van 1731, toen de betovergrootvader van Philippe, 'voor zoveel als nodig' door keizer Karel VI in de adelstand werd bevestigd. Philippe was de zoon van Jean-Charles Veranneman en van Emerence Pardo de Fremicourt, laatste vertegenwoordigster van deze Spaans-Brugse familie. Hij was in 1817 gehuwd met de dertien jaar jongere Hortense de Peellaert (Brugge 1800 - Oostkamp 1852), dochter van de Comte d'Empire Anselme de Peellaert en Isabelle gravin d'Affaytadi de Ghistelles. Ze kregen vier kinderen. Hij mag niet verward worden met zijn oom en naamgenoot, Philippe Joseph Jean Veranneman de Watervliet (1761-1815), de auteur van een 'Traité de la souveraineté'.

Veranneman bereikte de volwassen leeftijd in de laatste jaren van het Empire en leek onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden voorbestemd voor een aanzienlijke loopbaan. Vanaf maart 1814 werd hij lid van het Voorlopig bestuur van het departement, voorloopster van de bestendige deputatie. Het jaar daarop werd hij lid van de Provinciale Staten van West-Vlaanderen en in 1820 werd hij lid van de Gedeputeerde Staten. Ondertussen was hij in 1817 gemeenteraadslid van Brugge geworden, maar nam het jaar daarop ontslag vanwege zijn aanstelling tot districtscommissaris. Dat hij tot de voorstanders van het nieuwe koninkrijk behoorde, bleek toen hij in 1816 tot de eerste lichting behoorde van degenen die hun oude adellijke titels, afgeschaft door de Franse republiek, door Willem I weer lieten bevestigen. Hij werd dan ook onmiddellijk opgenomen in de 'Ridderschap van West-Vlaanderen'

In 1828 werd hij tot burgemeester van Brugge benoemd in opvolging van Karel Aeneas de Croeser. Hij was ondertussen ook al tot lid van de Tweede Kamer van de Staten Generaal verkozen voor het arrondissement Brugge.

Tijdens de cruciale dagen van augustus - september 1830 was hij niet in Brugge, maar nam hij deel aan de zittingen van de Tweede Kamer in Den Haag. Toen hij nadien in het onafhankelijk geworden België terugkwam, bleek hij niet langer persona grata. Zijn plaats op het stadhuis was ad interim ingenomen door Jean-Baptiste Coppieters 't Wallant en Veranneman ondernam geen pogingen om ze terug te winnen. Hij trok zich terug op zijn kasteel in Hertsberge, waar hij op zevenenvijftigjarige leeftijd overleed.

Men heeft vaak geschreven dat Veranneman in ongenade was gevallen bij de revolutiegezinden omdat hij Orangist was. De historici Albert De Jonghe, Arnoldus Smits o.s.b. en Els Witte hebben dit betwijfeld. Veranneman behoorde immers in de Tweede Kamer tot de oppositie tegen de regering. Hij nam zelfs in augustus 1830 het initiatief een petitie te richten tot de koning namens de stad Brugge, teneinde op bestuurlijke scheiding tussen Noord en Zuid aan te dringen. Hij was pas in juli 1830 opnieuw als kamerlid bevestigd door de kiezers die hem omwille van zijn oppositie waardeerden. Waarom werd hij dan in november 1830 niet als burgemeester herkozen? De reden moet te zoeken zijn in de wens van de kiezers (het kiezerkorps bestond uit minder dan 500 burgers) om een nieuwe periode in te luiden. Veranneman had zijn opdracht in Den Haag belangrijker geacht dan het besturen van zijn stad in moeilijke dagen. Dat had zijn plaatsvervanger Jean-Baptiste Coppieters 't Wallant in zijn plaats gedaan. Hij had het goed gedaan en daarom gaf men aan hem de voorkeur om voortaan de stad verder te leiden.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License