Simon Stevin

Inleiding

Simon Stevin is de grootste geleerde die Brugge heeft gehad volgens sommigen. Hij werd er in 1548 geboren en overleed in Den Haag in 1620. Hij was wiskundige, natuurkundige en bouwkundige. Vele uitvindingen staan op zijn naam. Hij deed grote reizen door Europa en werd leraar van prins Maurits van Nassau. Zijn standbeeld is ontworpen door E. Simonis in 1847 en staat te pronken op het naar hem genoemde plein.

"Spiegheling en daet"

Leven

Stevin werd in 1548 te Brugge geboren als onwettige zoon van Antheunis Stevin en Cathelyne van der Poort. Zijn vader was afkomstig van Veurne, waar zijn vader burgemeester was. Zijn moeder stamde uit Ieper.

Hij werkte als kassier en boekhouder in Antwerpen en was klerk bij de belastingdienst in Brugge. In 1581 verhuisde hij naar Leiden, waar hij zich twee jaar later als Simon Stevinius Brugensis (Simon Stevin uit Brugge) inschreef aan de jonge universiteit daar.

Rond 1590 werd hij adviseur van Prins Maurits. Voor hem ontwierp hij baanbrekende vestingwerken en legerkampen op wiskundige grondslag. Prins Maurits verzocht Stevin rond 1600 om het onderwijsprogramma op te stellen voor een ingenieursschool aan de Universiteit Leiden. Deze kreeg de naam "Duytsche Mathematique" - wiskunde en toegepaste natuurkunde in het Nederlands ("Duytsch") voor landmeetkunde en vestingbouw. Het is niet bekend of Stevin ook zelf les gaf aan deze studenten.

Stevin woonde samen met Catherina Craij en had vier kinderen bij haar: Frederik geboren in 1612, Hendrik geboren in 1613, Susanna geboren op 29 april 1615 en Levina, mogelijk geboren in 1616. Uiteindelijk trouwde hij in 1616 op 68-jarige leeftijd met haar. Stevin overleed in 1620 te Den Haag of Leiden. Op zijn grafsteen werd de clootcrans afgebeeld, Stevins beeldmerk voor het evenwicht van krachten.

Tot de Bataafse revolutie van 1795 hing in de kerk van Alphen aan den Rijn nog het rouwbord van zoon Hendrik Stevin, waarop het familiewapen stond afgebeeld: de Clootcrans en het familiemotto van zijn vader Simon Stevin: "Wonder en is gheen wonder".

Wiskunde

De vestingwerken van Moers was een ontwerp van Simon Stevin. Zijn eerste gepubliceerde werk was Tafelen van interest, Mitsgaders De Constructie der selver (1582). Dergelijke tabellen waren tot dan toe belangrijke beroepsgeheimen van bankiers. Dankzij Stevins publicatie kon nadien iedereen op eenvoudige wijze berekeningen met rente, rente op rente en dergelijke maken.

Stevins belangrijkste werk was De Thiende (1586) waarin hij decimale breuken introduceerde en daarmee het rekenen met breuken sterk vereenvoudigde.

Wetenschappelijke methode

Stevin besefte al vroeg - net als Galilei - het belang van de koppeling van theorie en experiment als wetenschappelijke methode: spiegheling en daet in zijn woorden.

Natuurkunde

"Voorblad van Beghinselen der Weeghconst", 1586. Stevin gebruikte de "Clootcrans" om aan te tonen dat een zelfbeweger niet bestaat.Hij berekende de hydrostatische kracht op verticale wanden en formuleerde als eerste de hydrostatische paradox, dus vóór Blaise Pascal.

Hij droeg bij aan perspectief, statica en mechanica. Verder was hij de uitvinder van het 'parallellogram van krachten' voor het samenstellen en ontbinden van krachten.

Met Jan Cornets de Groot, de vader van Hugo de Groot, voerde Stevin een valproef uit op de toren van de Nieuwe Kerk (Delft). Ze lieten twee loden bollen van verschillend gewicht van 30 m hoogte naar beneden vallen om zo te bewijzen dat zware en lichte voorwerpen even snel vallen als luchtwrijving verwaarloosbaar is. Daarmee weerlegden ze de theorie van Aristoteles, dat de valtijd van een grote massa kleiner is dan die van een kleine. Dit vond plaats vóór Galilei tot deze conclusie kwam.

Stevin gebruikte als eerste de onmogelijkheid van een perpetuum mobile (Eeuwich roersel, 't welk valsch is) om natuurkundige wetten te bewijzen zoals het ontbinden van krachten. Het Clootcransbewijs is een voorbeeld van zijn aanschouwelijke bewijstrant. Zonder evenwicht zou de krans moeten bewegen. Stevin gebruikte het als zijn beeldmerk. Een bekend citaat van Stevin is: "Wonder en is gheen wonder" (Het wonder is geen wonder), waarmee hij aangaf dat verschijnselen logisch verklaarbaar zijn.

Verder hield Stevin zich bezig met het vraagstuk van de plaatsbepaling op zee en de stemming van muziekinstrumenten.

Sterrenkunde

In zijn boek "De Hemelloop" van 1608 was hij een van de eerste verdedigers van het systeem van Copernicus. Ook verklaarde hij de getijden met de aantrekkingskracht van de Maan.

Techniek

Als militair adviseur van prins Maurits van Nassau schrijft Stevin De Stercktenbouwing (1594), waarin hij militaire versterkingen op meetkundige grondslag ontwierp om aangepast te zijn aan de projectielbanen van de nieuwe vuurwapens in plaats van de oude kruisboog.

Beroemd werd zijn zeilwagen. Stevin ontwierp in 1601/1602 deze zeilwagen voor prins Maurits. Eerst werd een proefmodel gebouwd, en daarna een zeilwagen voor een groot gezelschap. Prins Maurits gebruikte de zeilwagen om zijn gasten te vermaken. De eerste rit werd in februari 1602 gemaakt, waarbij 27 binnenlandse en buitenlandse diplomaten aanwezig waren. In twee uur reed men van Scheveningen naar Petten, met een voor die tijd ongekend hoge gemiddelde snelheid van 50km/u. De zeilwagen is nog twee eeuwen gebruikt voor het vermaak van gasten, maar aan het begin van de 19e eeuw was de staat dermate slecht geworden dat de wagen en het prototype werden verkocht.

De Staten Generaal en de Staten van Holland verleende hem vele octrooien (patenten) voor uitvindingen, onder meer een nieuw type watermolen. Met Jan Cornets de Groot bouwde Stevin een aantal van deze molens. Een geschil met opdrachtgevers van een molen in IJsselstein leidde tot een slepend conflict.

Taaltheorie en purisme

Volgens Stevin hadden Adam en Eva in het paradijs Nederlands gesproken: de oertaal met de meeste korte woorden die makkelijk samenstellingen vormen. Deze taal werd gesproken in de Wysentijt. Stevin gaf de voorkeur aan publicaties in het Nederlands, met eigen woorden voor Grieks-Latijnse termen. Zijn invloed op het Nederlands is nog steeds merkbaar. In Uytspraeck vande Weerdicheyt der Duytsche Tael (Nederlands), een onderdeel van de Weeghconst, benadrukte hij het belang van de taal waarin wetenschap wordt beoefend. Hij bedacht Nederlandse namen voor wetenschappelijke begrippen (purisme). Enkele voorbeelden zijn wiskunde (mathematica), wijsbegeerte (filosofie), scheikunde (chemie), middellijn (diameter), loodrecht (perpendiculair) en evenwijdig (parallel). Zo kreeg het Nederlands eigen wetenschappelijke woorden, waar andere Europese talen leenwoorden gebruiken.

Architectuur en stedenbouw

Stevin werkte voor een groot gedeelte van zijn leven aan een verhandeling over architectuur en stedenbouw. Het werk werd voor het eerste genoemd in de inhoudsopgave van de Wisconstighe Gedachtenissen (1605/08), maar Stevin kreeg het niet op tijd gereed. Hij zou er aan blijven werken tot aan zijn dood in 1620.Daarna werden fragmenten verspreid tussen verschillende geleerden zoals Constantijn en Christiaan Huygens en Isaac Beeckman. Isaac Beeckman nam fragmenten op in zijn Journael en Simon's zoon Hendrik publiceerde een belangrijk deel in zijn Materiae Politicae. Burgherlicke Stoffen van 1649.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License