Sint-Gilliskerk

Ten gevolge van de grote economische bloei van Brugge in de 13de eeuw, nam ook de bevolking in sterke mate toe en werd het gebied binnen de zogenaamde eerste omwalling, waarvan de Augustijnenrei deel uitmaakte, te klein. Steeds meer mensen vestigden zich buiten de omwalling van 1127, grotendeels bestaande uit wat we nu de binnenreien noemen (Augustijnenrei, Gouden Handrei, Sint-Annarei, Groenerei, Dijver, Capucijnenrei, Speelmansrei). Er was eerst een kapel, wellicht in hout. In 1258 werd de Sint-Gilliskerk reeds als parochiekerk vermeld, Parochie Sint-Gilles. In 1275 begon men met de bouw van een bakstenen, gotische kerk (binnen nog gedeeltelijk zichtbaar). In 1311 werd het belendende kerkhof gewijd, dat in de 19de eeuw verdween.

In de tweede helft van de 15de eeuw werd de vroeggotische kerk verbouwd en vergroot tot haar huidige omvang.
Omwille van het feit dat in en rond de Sint-Gilliskerk zoveel kunstschilders begraven werden (Hans Memling, Jan Provoost, Lanceloot Blondeel, Pieter Pourbus, Pieter Claeissens,… ), wordt de Sint-Gilliskerk te Brugge soms vergeleken met de Santa Crocekerk te Firenze. De kerk valt op door haar eenvoud, zeker langs de buitenkant. Ze ziet er niet zozeer uit als een stedelijke parochiekerk, maar veeleer als een stoere, kloeke Vlaamse dorpskerk.

Belangrijkste kunstwerk binnen is het zogenaamde “Veelluik van Hemelsdale” met taferelen uit het leven van Jezus, van de hand van Pieter Pourbus.
Verder zijn er ook prachtige schilderijen te bewonderen van o.a. Jacob Van Oost en Jan Garemijn en talrijke andere kunstwerken.


Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License