Victor van Hoestenberghe
Port_cranes_at_Zeebr%C3%BCgge%2C_Belgium_2.JPG

Victor Van Hoestenberghe is geboren in Stalhille op 10 december 1868 en gestorven te Brugge op 12 juli 1960. Hij was advocaat in Brugge. Hij werd gemeenteraadslid, schepen en burgemeester van Brugge, alsook senator. Hij was gehuwd met Elisa Vanneste. Het gezin bleef kinderloos.

Na zich in Brugge als advocaat te hebben gevestigd, stapte Victor Van Hoestenberghe in de plaatselijke politiek en werd op 1 januari 1908 gemeenteraadslid op de lijst van de katholieke partij. Op 1 juni 1912 werd hij tot schepen verkozen en kreeg de portefeuille onderwijs. Het jaar daarop werd hij schepen voor financiën, een functie die hij bleef uitoefenen totdat hij, in opvolging van burgemeester Amedée Visart de Bocarmé, op 27 juni 1924 tot burgemeester werd benoemd. Deze functie bleef hij 32 jaar uitoefenen, iets minder lang dan zijn voorganger, maar in totaal zetelde hij toch bijna een halve eeuw in het schepencollege. Ondertussen was hij ook als advocaat actief en werd zelfs stafhouder van de Brugse balie voor de periode 1924-1926. Hij werd tevens lid van het kredietcomité van de Bank van Brussel in Brugge.

Onder zijn bestuur evolueerde de stad Brugge op zelfde wijze als onder zijn voorganger, met inspanningen die zich in de eerste plaats richtten op de zeehaven enerzijds, op de monumentenzorg, de cultuur en het toerisme anderzijds. In 1930 werd een nieuw Groeningemuseum ingehuldigd (ontwerp door schepen en architect Jozef Vierin), en werd het overdekt stedelijk zwembad geopend. In Kristus Koning, Sint-Jozef en Zwankendamme werden nieuwe parochiekerken gebouwd. Een nieuwe stadswijk kwam tot stand op de Sint-Annaparochie en kreeg de naam Gezellekwartier. De waterbedeling, het elektriciteitsnet en het telefoonnet bestreken voortaan de ganse stad. Net voor WO II werd een nieuw station in gebruik genomen, terwijl het vroegere neogotische stationsgebouw na de oorlog werd gesloopt. Zowel voor als na de oorlog bestond het religieus en toeristisch hoogtepunt uit opvoeringen van het Heilig-Bloedspel, een massaspel door de redemptorist Jozef Boon geschreven, opgevoerd als een superproductie op de Grote Markt. Met veel vertraging en politieke strubbelingen kwam een nieuwe veemarkt met slachthuis tot stand op Sint-Pieters.

Tijdens WOII werd Van Hoestenberghe door de Duitse bezetter uit zijn ambt ontzet. Bij de bevrijding nam hij zijn functie onmiddellijk weer op, nadat hij tijdens de laatste bezettingsdagen onderhandeld had zowel met de bezetter als met de bevrijders om Brugge van oorlogsgeweld te vrijwaren. Hij loodste Brugge door de woelige maanden van herstel, zuivering en meer. De haven van Zeebrugge was zowel na WO I als na WO II grondig vernield en Van Hoestenberghe moest mee inspanningen leveren om de nodige financiële tussenkomsten voor het herstel vanwege de regering te verkrijgen.

Burgemeester Van Hoestenberghe trad actief mee op teneinde het geplande Europacollege, postuniversitair instituut voor Europese studies, in Brugge te vestigen. Hij was ook actief in het bevorderen van sociale huisvesting.

Naast zijn burgemeesterschap, doorliep van Hoestenberghe eveneens een loopbaan als senator. Hij volgde in mei 1929 de tijdens de verkiezingsnacht overleden baron Albert (of Albéric) Ruzette op en bleef senator tot in 1946. Hij speelde een niet onbelangrijke rol bij de verdediging van de oorlogshouding van koning Leopold III. In de senaat zetelde hij in de commissies binnenlandse zaken en openbare werken. Hij was geregeld verslaggever over wetsontwerpen, onder meer met betrekking tot het taalgebruik in bestuurszaken. Uiteraard behartigde hij in de hoofdstad de belangen van de stad Brugge en van de haven van Zeebrugge. Van Hoestenberghe werd op 20 januari 1955 in de adelstand opgenomen met de persoonlijke titel van ridder. Zijn wapenspreuk luidde: 'Ik Dien'.

Van Hoestenberghe nam ontslag als burgemeester op 3 maart 1956 en werd opgevolgd door eerste schepen Pierre Vandamme. Hij werd uitbundig gevierd (ook al werd algemeen aangenomen dat hij wellicht iets te lang aan de functie had vastgehouden). Zijn eerlijkheid en onbaatzuchtigheid, zijn sterke wil en karakter, zijn groot plichtsbesef, werden terecht geprezen.

In het stadhuis van Brugge hangt een staatsieportret van Victor Van Hoestenberghe, gemaakt door Georges De Sloovere. Octave Rotsaert maakte van hem een buste (1953). Van Hoestenberghe resideerde het grootste deel van zijn actieve leven op de Mallebergplaats. Elke dag woonde hij de Mis bij in zijn parochiekerk, de Sint-Walburgakerk.

Unless otherwise stated, the content of this page is licensed under Creative Commons Attribution-ShareAlike 3.0 License